Goed nieuws en wijziging in het programma
Zaterdag 25 mei doen we geen opstellingen. Zaterdag 29 juni ook niet.
We zaterdag 15 juni. Heb je zin om mee te doen of een dag mee te maken, stuur ons even een mailtje.
Je bent van harte welkom.
Vanaf 1juli kan in samenwerking met Werk met Zin een loopbaan traject aangeboden worden van 8 uur.
Dit aan zeer gunstige voorwaarden. Als deelnemer kan je van dan af bij de VDAB een loopbaancheque van 4 uur aanvragen.
Je hebt recht op 2 cheques in een periode van 6 jaar. Je kan dus een traject van 8 uur doen.
Zelf doen ze een kleine bijdrage.
Interessant is dat dit traject zo kan worden uitgezet dat je er een opstelling in kan doen.
Zo kan er gewerkt worden met een diepgang die we bij een 6-uren traject van voordien niet konden bieden.
Meer nieuws volgt.
Een warme familie
Kort geleden is “tante Paula” gegaan, net geen 87. Met nonkel Jan had ze tien kinderen, waarvan één dochter vroegtijdig is gestorven. De negen kinderen zijn allen gehuwd en hebben allen samen negentien kinderen, haar kleinkinderen dus. Van deze negentien kleinkinderen zijn er vijftien gehuwd. Negen van hen hebben op hun beurt kinderen. Zo heeft tante Paula veertien achterkleinkinderen. Tijdens de afscheidsviering werd ze dan ook aangesproken met “make”, “bomma” en “bonnietje”.
Zij was een fiere, mooie en sterke vrouw. Nonkel Jan was haar grote liefde -ook al had die regelmatig een relatie met een andere vrouw. Hoe tante Paula dit een plaats gaf, weten we niet zo goed – en het is ook niet onze zaak. De kinderen hebben het hun vader tot nu toe niet vergeven. Ook al was hij zelf aanwezig op de plechtigheid, zijn naam werd niet vernoemd.
Velen schoven aan bij de koffietafel. Zoveel kinderen en kleinkinderen. Zelf had ze dan nog twee broers uit het eerste huwelijk van haar vader en vijf halfzussen uit zijn tweede huwelijk, allen vergezeld van hun partner en een aantal van hun kinderen. En ook de familie van nonkel Jan en nog buren en familievrienden waren daar. Wat een gezelschap. Met een grote foto stond tante Paula op een schildersezel aan de tafel van de kinderen te prijken.
Mijn vrouw en ik hadden de meeste van hen jaren niet meer gezien. Wat ons het meest trof was hoezeer haar zonen op elkaar waren gaan lijken. Dezelfde structuur van gezicht, dezelfde glimlach, onder een haardos die bij de ene al wat grijzer was dan bij de andere. Een van deze mannen stond op en vroeg de aandacht. “Ik ga het kort houden, zei hij, ik wil u enkel een applaus vragen voor ons moeder. Zij was een grote madam”. En heel de zaal begon in de handen te klappen, en heel spontaan ging iedereen recht staan. Een staande ovatie, inderdaad, als eerbetoon aan een “grote madam”. Daarna werd er gegeten en vooral gepraat, uitgewisseld, anekdotes opgediept, verhalen verteld. Mensen zochten elkaar terug op.
“Uit wat een warme familie kom jij toch, fluisterde ik in mijn vrouw haar oor, zo’n goeie warme mensen, en echt nog familie”. Zelf had ik dat nooit zo intens ervaren. We bleven heel wat langer dan vooraf gedacht. Dit had ons goed gedaan.
“Make, bomma en bonnietje” is niet meer. Zij is nu aan de overkant. Zij heeft vele mensen achtergelaten, maar heeft er nog meer teruggevonden. Dit is een recent inzicht voor me. Al die generaties van ouders en grootouders die het leven aan ons hebben doorgegeven, wat een massa moet dat zijn. Zo staan er veel meer mensen achter ons, dan voor ons. Zij gaven het leven door, helemaal, in zijn complete totaliteit. Met alles wat erbij hoort: de warmte, en ook de koude, de levenskracht en de remmende patronen als onrust, daderschap schuld en schaamte, gekte, ziekte, beelden van niet leven en dood. Hoop, geloof, devotie, liefde, diep rust en vrede. Alles is er. Wat lang geleden zijn oorsprong vindt, leeft en woedt vandaag in ons. Soms helder als sterren in een wolkeloze nacht, soms verdoken en gemaskeerd.
We danken onze (voor)ouders en buigen voor hun lot en we erkennen de prijs die zij voor het leven hebben betaald. We geven hen een warm applaus. Zo nemen we in waardigheid ons eigen leven op, en betalen op onze beurt de prijs die er ook voor ons bij hoort, die aan ons wordt gevraagd.
Wie het eigen leven in handen wil nemen, een passende prijs betalen – zonder ongepaste offers te brengen voor een onbekende ander, wie het ook mag zijn – en zo zijn (voor)ouders eer aan doen, die kan terecht voor een innerlijke beweging, door middel van een familieopstelling. Als inbrenger en/of als representant. Van harte welkom.
We werken op de zaterdagen 23/2, 23/3, 20/4, 25/5 en 29/6. Geef ons een seintje als je erbij wil zijn.
Wens voor 2013
Derwisj
Dansen
duizendmaal
sterven en geboren worden
Derwisj
dansen dansen wij
in de woestijnwind
als een lied van stilte
Derwisj
dans ik in jij in wij
2013
jaar van de derwisj
Voor 2013 wensen we je het wonder van de verbinding toe, als de dans van de derwisj.
We hopen je te mogen verwelkomen en ontmoeten op een van onze activiteiten.
Johan en Jonas
Indignados of de kunst om waardig verontwaardigd te zijn.
De laatste maanden kwam ik in contact met drie organisaties. Ze maken alle drie op een eigen manier een moeilijke periode door. Het thema wat hen verbindt is onrecht en verontwaardiging.
De ene voorziening gaat doorheen een transformatieproces. De directeur is een tijd geleden overleden. Deze man heeft de voorziening jaren geleid. En gaf ze haar vorm, structuur en cultuur. Samen met de mensen die er zolang werken – en gewerkt hebben. De directeur vervangen gaat niet vanzelf. Hoe competent de opvolger ook mag zijn. Deze voert een herstructurering door, die gezien maatschappelijke ontwikkelingen inderdaad al lang nodig was. Deze beweging dreigt wat te verzanden. Al snel blijkt dat de voorziening nood heeft aan reflectie over haar ontstaan, haar “oersprong”en of ze nodig is en waar ze dan wel voor staat. Een bezinning over de leidende principes dus. Of anders gesteld, met de vraag: is dit idee, waar we toen voor stonden, en dat we toen onder deze vorm in de wereld hebben gezet, nog actueel? Is het nog levensvatbaar in onze tijd? Is het nog de moeite om ervoor te strijden?
In gesprek met stichter-voorzitter N. legde ik hem deze vraag voor. Bij wie anders moeten we zijn om het ontstaan en de levenskracht van deze organisatie te verstaan? Zijn eigen missie in het leven was strijden tegen het onrecht. Hij had er zijn studie voor opgegeven toen hij 19 was. Dag en nacht werkte hij toen in de voorziening. Vele jaren. Onrecht en emancipatie waren de sleutelwoorden. Zij brachten meer dan dertig jaar lang energie, dynamiek en bezieling.
Op de man af vroeg ik hem of hij in deze moeilijke periode nog voorzitter wou blijven en de kar trekken. Hij repliceerde als volgt: “ja, ik wil dat nog wel een tijd doen, als deze fundamentele waarden aanwezig blijven”. Ik liet het even stil. Ik hoorde én zijn diepe verlangen en zijn vermoeidheid. Ik realiseerde me hoe hard het voor hem moest zijn toen ik verder ging met: “Neen, dat is niet genoeg. Als je “ja” zegt, dan zeg je ja op het behoud van deze waarden en de strijd die erbij hoort en de prijs die hiervoor aan jou gevraagd wordt”. Toen werd het heel stil. Na een tijd zie hij: het is waar wat je zegt. En ja, ik ga er nog voor. Als hij neen had gezegd, moesten we iets anders doen.
Afspraak was een aantal kleine opstellingen te doen en zo de organisatie van alle kanten systemisch te bevragen de verschillende dimensies te bekijken. Op basis van deze info werken we een proces uit dat de transformatie naar een krachtige, eigentijdse vorm mogelijk maakt, waarin de leidende principes duurzaam werkzaam kunnen zijn.
“Onrecht en emancipatie”, en de woede en verontwaardiging die erbij horen. Wat geven ze deze man waardigheid.
Ook de tweede organisatie maakt een moeilijke periode door. Overheidsbeslissingen, met wijzigende subsidiestromen tot gevolg, maken dat de financiële situatie nijpend wordt. Het voortbestaan lijkt te worden bedreigd. Vrij onverwachts wordt het contract van drie medewerkers opgezegd. Uiterst competente mensen. Algauw komt heel wat pijn van de laatste jaren naar boven. Ondermeer: onzuiverheden in de structuur - sommige medewerkers zijn aandeelhouder en andere niet; de directeur neemt zijn leiderschap niet op; een van de medewerkers wordt dan weer belangenvermenging met eigen freelance activiteiten verweten; enzovoort. Zowel oude als nieuwe koeien worden boven gehaald. Het betrokken team laat het hier niet bij en stapt naar de raad van bestuur. Deze zoekt opheldering: gesprekken met het team, gesprekken met de directeur. Ook andere afdelingen worden betrokken. Voor een van de mensen wordt het ontslag ingetrokken. De tweede houdt zich low profile. De derde gaat er echter tegenaan. Zij vindt haar ontslag onterecht. “Onrechtvaardig” zegt ze. En haar levensmissie is strijden tegen onrechtvaardigheid. Dus ook nu. Ze heeft een grote bijdrage gedaan bij de uitbouw van het team en een grote bijdrage gedaan bij de opbouw van de excellente reputatie van het team. En dan zo ontslagen worden. Ze is één en al verontwaardiging. In een exit gesprek met leden van de raad van bestuur geeft ze een scherpe analyse van wat de laatste jaren fout gaat in de organisatie. De bestuursleden luisteren met veel aandacht. Ondanks dit alles (of dankzij) blijft haar ontslag behouden.
Wanneer een organisatie een crisis overleeft, dient er vaak een prijs te worden betaald. Dat is hier niet anders. Een interessante vraag hier is wie dit moet doen? In deze situatie lijkt het erop dat degene die voor rechtvaardigheid strijdt, degene die uiteindelijk moet gaan. Op het eerste gezicht vreemd en ja, ook onrechtvaardig.
Vanuit het systemisch perspectief zijn hier wel wat kanttekeningen bij te plaatsen. Zo is er die schitterende medewerker die zich aandient als offer en dan ook geofferd wordt. Jammer van twee kanten. Van haar kant is het ongepast dat zij het offer op zich neemt. Van de kant van de organisatie is het ook niet gepast een medewerker te offeren die een grote bijdrage heeft gedaan.
Verder is er de vraag of er sowieso een offer nodig is. Kan de prijs betaald worden zonder dat iemand hoeft geofferd te worden? En erger nog, gaat het offeren van medewerkers zich als een patroon installeren om de echte oplossingen te vermijden?
In een derde organisatie heeft een van de medewerkers zichzelf van het leven benomen. Compleet onverwachts. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel. De collega’s staan als aan de grond genageld.
Niets dan lof over de overledene: een schitterende begeleider, geïnspireerd, met een grote deskundigheid. Je kon steeds om advies vragen. Hij stond heel dichtbij zijn cliënten en werd door ieder zeer gewaardeerd.
De collega’s spreken over iemand die gedreven is door de innerlijke opdracht de wereld rechtvaardiger te maken, zodat deze voor ieder en betere plek is om samen in te leven.
Natuurlijk gaat er een verhaal aan vooraf, maar op een dag werd het hem op de een of ander manier teveel. Hij kon niet meer leven. De opdracht werd te groot. Familie, partner, kinderen, collega’s en vrienden, allen blijven met een lijk achter.
Alle drie de situaties zijn veel, veel complexer dan hier met deze weinige regels weergegeven. En het is ook niet de bedoeling om ze in hun volledigheid te beschrijven en te analyseren. Wat ze gemeen hebben is verontwaardiging. Een verzet tegen wat er wel is en niet is en een strijd voor wat er eigenlijk zou moeten zijn. Strijden tegen onrecht heeft met verontwaardiging te maken, en verontwaardiging met woede.
In de strijd voor “dignitas”, waardigheid, wordt onze woede onze bontgenoot. Kijken we naar de gang van zaken op onze planeet – ecologie, noord-zuid, gezondheid, spiritualiteit – en naar hun verschijningsvormen in onze nabije omgeving, dan hebben we verontwaardigden nodig om een en ander te stoppen, te keren.
Indignados. En de één doet het al “meer gepast” dan de ander. Voor allen heb ik veel respect. Zelf wil ik ook bij deze groep horen, en samen de kunst leren van het “waardig verontwaardigd zijn”.
In verbinding met een groter geheel een indignado zijn.
Opstellingen gaan ondermeer over verontwaardiging, waardigheid, verbinding. We werken zaterdag 15/12 in de Speelhoeve, van 09:30 tot 17:00u. Getriggerd om kennis te maken, om bewogen te worden en misschien wel een nieuwe beweging te maken? Mail of bel ons even. Van harte welkom.
Alles is er.
Voor we geboren worden, bestaan we al. In de liefde tussen twee mensen, onze moeder en onze vader, zijn we al aanwezig. Nog voor er van conceptie sprake is.
In deze relatie schittert, schuilt en woekert alles wat in beide families is geweest en wat rondom hen gebeurde. En ook wat er niet is geweest: wat zo verlangd is en nooit heeft kunnen zijn.
Eens dat de kinderen groter worden, wanneer ook voor hen “het eigen leven” wenkt en ze het met volle handen willen nemen, omstrengelen, zelf vorm geven, blijkt dat er allerlei oude zaken spelen, die moeilijk in beeld te krijgen en te vatten zijn.
Soms neemt het de vorm aan van een niet te duiden, maar voelbare schuld. Soms komt onverwacht een gewelddadige dader-slachtoffer dynamiek de vrede verstoren. In partnerrelaties is het voor vrouwen niet makkelijk een echte man toe te laten, en is het voor mannen niet makkelijk om echt man te zijn. En vice versa. Sommigen vinden dan weer nooit een plek waar ze langer kunnen blijven en thuis kunnen zijn en anderen blijven vruchteloos zoeken om toch eens de eerste te mogen zijn.
Het was er al. Alles is er op dat moment van liefde tussen een man en een vrouw. Hoe vreemd haar vorm ook mag zijn. En alles wat het grotere geheel, op welke vreemde wijze ook, dient, wordt doorgegeven. En het kan schitteren, sluimeren, woekeren.
In onze opstellingen focussen we ons op dit moment van oorsprong. Wat speelde er in de achtergrond van deze man en deze vrouw en welke – soms vreemde – vorm nam hun liefde aan in hun kind(eren). Aan wie of wat zijn deze kinderen, op hun beurt, in hun liefde trouw?
Volwassen worden en zelf het eigen leven in handen nemen, omstrengelen, vorm geven en ten volle genieten, is dus ontrouw worden aan dit destructieve deel van deze liefde. En, hoe kan het anders, trouw blijven aan datgene wat het leven bevordert, wat kracht en goesting geeft en zin.
Ontrouw worden, in deze betekenis, gaat om een breken met, een doorknippen van. En dit heeft iets afschrikkends en soms gaat dit inderdaad gepaard met een donkerrode woede. Inderdaad: breken kan pijn doen.
Maar de trouw aan het levensbevorderende, hoe klein ook, waarborgt de verbinding. Die wordt als het ware hersteld op een dieper niveau. Vanop deze plaats kunnen we dan onze ouders danken voor het leven dat ze ons doorgaven en de prijs die ze ervoor hebben betaald. En hen eer aan doen, door het leven zelf ten volle te nemen, en zodra het onze tijd wordt, het ook door te geven en onze prijs ervoor te betalen.
Voorbij de woede, voorbij de angst en het verdriet, die bij dit, als het ware geboorteproces hoort, is er een “thuiskomen”, een diepe, helende ervaring van vol-ledigheid in verbondenheid en van speelse levenskracht.
Dit is wat er in wezen in opstellingen gebeurt. Jonas en ik zijn als het ware wroetmannen, die dit “geboren” laten gebeuren, zoveel als mogelijk op eigen kracht.
Dit jaar werken we nog op de zaterdagen 17 november en 15 december. Wil je komen kennismaken als representant, of zelf een opstelling doen, van harte welkom. Stuur ons een mailtje.
“about live and death”
Bert Hellinger.
In de week van 10 september genoten Jonas en ik het voorrecht om Bert Hellinger twee dagen aan het werk te zien in het kader van “Hatching the eggs”, het tweejaarlijkse internationaal minicongres van het Bert Hellingerinstituut in Groningen. Het is een broedplaats voor systemisch werk. Van over de wereld komen mensen hun innovaties voorstellen met als doel hun benadering en het systemisch werk als geheel een stap verder te brengen in het U proces (Theory U van Otto Scharmer).
Bert is 86 nu. Fysiek is dat goed te zien. Maar geestelijk is hij één en al “presencing”: fris en helder als een jonge man, en tegelijkertijd met een wijsheid en wijdsheid van een archetypische nestor. Bert werkte in een dertiende eeuws kerkje in Middelbert, dat plaats bood voor 150 mensen.
Voorbij de velden naar de kern.
Het was opmerkelijk met wat een lichtvoetigheid én precisie Bert Hellinger van het ene naar het andere veld overschakelt, om uiteindelijk de kern te raken en daar een helend proces op gang te brengen. Ook al situeerden de thema’s van de inbrengers zich eerder in het veld van de organisatie, Bert bracht het moeiteloos in het veld waar het thuishoorde: de familie, de organisatie, de samenleving, de cultuur en verder nog, de geest.
Tijdens dag één kwamen vragen aan bod omtrent leiderschap en eigenaarschap. Bert vroeg dan : wie heeft de leiding? Of wie is de eigenaar van het bedrijf (of de organisatie). Opmerkelijk was dat in zeven van de tien opstellingen van dag één, een dode of de dood werden opgesteld en daardoor helderheid kwam. Prachtig om te zien hoe Bert monkelde en dan stralend uitsprak: “ja, organisatieopstellingen gaan over leven en dood”.
Op dag twee ging het over organisatie en samenleving. De opdracht van de organisatie is zo wezenlijk. Het management van een grote gevangenis in Nederland zat geklemd tussen zorg voor de gevangenen en zorg voor de bewakers. Gevangenissen hebben als functie dat mensen een straf uitzitten, afgezonderd van de samenleving, aldus Bert. “De bewakers” hebben als taak ervoor te zorgen dat de gevangenen binnen de gevangenis blijven. Zij moeten geen therapie doen. Therapie geven is voor externen.
Succes
Succes heeft het gelaat van de moeder. Wie zijn moeder niet kan “nemen” – in systemisch-fenomenologische taal – kan niet succesvol zijn. De organisatie, het bedrijf, wordt in een opstelling steeds gerepresenteerd door een vrouw! Moeder heeft ons in het leven gezet. We zeggen haar: bedankt lieve moeder.
Moeder zet ons in het leven, vader zet ons in de wereld. Vader leidt ons de wereld in. Dat is zijn bijdrage tot een succesvol en geslaagd leven. Tegen deze achtergrond zou het goed zijn mochten de vaders hun kinderen de eerste schooldag naar de school brengen. Dat is vaak een eerste stap in de wereld, waar al of niet kinderen hun plaats kunnen vinden en leren omgaan met de balans van geven en nemen (lees hierover het ontroerend mooie boekje “jij hoort bij ons” van Marianne Franke, uitgegeven bij Het Noorderlicht). Dank je wel, lieve vader.
Zowel vader als moeder dragen op eigen wijze bij tot “succes in leven en werk”. Mooi was het moment dat Jan Jacob Stam aankondigde dat het boek van Bert Hellinger met deze titel nu ook in het Nederlands verkrijgbaar is, en tegelijkertijd schonk hij aan Bert een exemplaar van zijn nieuwe eigen boek “Vleugels voor verandering”. Beide inspirerende boeken zijn verkrijgbaar bij Uitgeverij het Noorderlicht. Lezen dus.
Transformatie.
Bert rondde de tweedaagse af met een opstelling omtrent de grootste organisatie in de wereld: de kerk. In het eindbeeld was god gestorven. Fris alsof hij deze tweedaagse net begonnen was, citeerde hij Nietsche: “God is dead”. De muren van het kerkje werden nog stiller dan ze al die eeuwen al waren geweest. Deze opstelling was voor hem heel inspirerend. Hij zou ze immers nog als een extra hoofdstukje toevoegen aan een boek dat hij net had afgerond.
Na deze opstelling nam Bert afscheid van ons en van Jan Jacob. En het had een duidelijk voelbare andere kwaliteit als “tot de volgende keer”. Neen dit was definitiever. Bert Hellinger is deels al onderweg naar elders. Waar en wat het ook moge zijn. Maar elders en anders. Het afscheid had ook iets van een zegen: “beste Jan Jacob, het systemisch-fenomenologische werk is bij jou in goede handen”. De meester en de leerling, zonder vadermoord. Wat schoon. Wat een ontroering. Duizendvoudig dank, Bert Hellinger. En proficiat, Jan Jacob.
Gastopsteller.
Zaterdag 22 september hebben Jonas en ik dan zelf weer gewerkt. En Henk Jan van Wijck werkte mee als gastopsteller (http://www.arendheim.nl). Henk Jan is collega en bijzondere vriend. Zijn aanpak is mede geïnspireerd door het werk van Daan van Kampenhout (sjamanisme) en Klaus Grochowiak (NLP). Henk Jan beschikt over een uiterst sensitief vermogen om energie in synchrone velden waar te nemen en doorheen de dwarsverbindingen, de juiste beweging op gang te brengen. Hij deed een bijzondere opstelling voor onze dochter, zus van Jonas. Dank je wel, Henk Jan, we doen dit nog een keer. Verder mogen we toch wel zeggen dat we die dag het werk Bert Hellinger veel eer aandeden.
17 november
werken we opnieuw. Mocht je eens willen komen kijken, wil je zelf een opstelling doen, stuur ons een mailtje. Van harte welkom.
Ontbergen
Sfinks 2012. Zaterdagnamiddag in de clubtent. Stipt om 16u beginnen Kayhan Kalhor & Erdal Erzincan hun “concert”. Zij bespelen beiden een snaarinstrument. Kalhor een persische rebab, waarop je zowel kan tokkelen als strijken. Erzincan een turkse oud, een luit.
Stel je voor. Een grote tent. Mensen lopen in en uit. Hebben wat aan elkaar te vertellen. Brengen een pitta mee…
En de twee meesters zitten daar en spelen. Het is duidelijk een zoeken. In een eerste periode lijkt het alsof Kalhor de toon aangeeft en Erzincan moeite heeft om bij te blijven. En dan opeens, na een vijfendertig minuten, gebeurt er wat: twee muzikanten, twee instrumenten en een veelkoppig publiek worden op een of andere manier één. Ze gaan over in een grote beweging. De harmonie, de tijd, de afstand tussen het publiek en de meesters, verdwijnen en er dient zich iets nieuws aan, wat moeilijk aan te wijzen is omdat het aan onze gebruikelijke taal ontsnapt. Het heeft kwaliteiten als fris, oorspronkelijk, verbonden, tijdloos in het hier en nu, deugdelijk en deugddoend… Je kan het fysiek gewaarworden. Het is levend en het leeft en alles maakt er deel vanuit. Wat is dat toch?
In het systemisch werk zouden we dit dynamisch gebeuren een veld kunnen noemen. Een veld waarin het potentieel van de werkelijkheid ontluikt, onthuld wordt. Het begon als een concert en transformeerde tot een wervelende dans, een ontmoeting. De spelers, het publiek, de muziek, alles kreeg iets van “bevlogen”, van “ontstijgen”.
Wat gebeurt daar nu eigenlijk? Interessant om te onderzoeken. Werd er een dorpel overgegaan? Werd er doorheen een poort gestapt? Een fysieke, symbolische, of een imaginaire zelfs? En wat was er bij de beide muzikanten, dat dit kon gebeuren, en wat bij het publiek? Was dit toevallig? Kon dit alleen dank zij de muziek – de luit is het voertuig van de ziel? Of speelde nog iets anders? Het gehele veld van het festival: de sfeer van ontmoeting, van hartelijkheid, van vriendschap?
Vragen waarmee wij in het systemisch werk graag aan de slag gaan. Wat we zeker terugvinden is “open mind”. Zowel de twee musici als de mensen die bleven, zaten daar met een open mind: alle zintuigen open voor wat is en komen kan. En met een “open heart”: het mag komen, laat het maar komen. Zoals beide muzikanten elkaars harmonielijnen en melodieën waarderen, aanvoelen, parafraseren, onderlijnen, aanvullen, completeren. En met een “open will”: de intentie om alles – ook het zelf - los te laten om het nieuwe te laten komen, tegemoet te gaan, meer zelfs, deel te worden en op te gaan in deze wervelende dans van tegenwoordigheid, van zijn, die hier en nu geboren wordt.
In ons werk, in onze gesprekken met mensen, nemen we voor om ook deze weg te gaan: vertrekkend van ik-ik, via ik-jij (open geest en open hart), naar Wij (de collectieve wil, de collectieve intentie) om dan te komen tot duurzame co-creatie: die zaken doen en scheppen die bijdragen tot de vruchtbaarheid, levendigheid en veerkracht van het gehele systeem – persoon, gezin, familie, organisatie, groep …
Dit is wat Otto Scharmer het proces van “presencing” noemt. Dit proces kent grofweg drie momenten: zien, bewogen worden en in beweging komen. Naar ons concert toe: open mind en open heart maken het “zien” mogelijk, open will laat toe om “bewogen te worden” (in en door een groter geheel) en in het co-creëren komen we collectief in “beweging” - honger naar meer? Lees Theorie U, mooi uitgegeven bij Christofoor.
Mensen, organisaties die toelaten bewogen te worden door het grotere geheel, kunnen de dialoog aangaan tussen wat is en wat komende en ontluikend is, zij kunnen leren van het nu én van de toekomst.
Een vreemde gedachte: leren van de toekomst. Het bestaat echt. Er wordt wel verwacht dat we een dorpel oversteken of een poort door gaan, en dan is de toekomst niet langer verborgen, maar kan ze verschijnen.
“A-letheia”, aldus Heidegger: de waarheid die nu uit het verborgene naar voor treedt, die ont-borgen wordt. Als het beeld in de steen dat – wie weet hoelang – op de hand van Michelangelo heeft gewacht.
Ontbergen: een mooi woord voor wat in het systemisch werk in zijn geheel gebeurt en in een opstelling in het bijzonder.
Op 22 september zien we wat de opstellingen ons brengen. Er is nog één plaats vrij. Je bent van harte welkom.
Verder werken we nog op 20 oktober, 17 november en 15 december. Een mailtje, even bellen.
“ben al vijf keer naar de doos geweest , joh”
Europese kampioenschappen voetbal 2012, 13 juni: Duitsland-Nederland. Ook nu weer hangt er spanning en verrassing in de lucht. Voor en na de match wordt commentaar gegeven door Johan Boskamp.
Wie kan er in godsnaam meer Holland zijn dan hij. Dat leuke, platgebekt, rollende taaltje. Woorden die ons terug op straat brengen. Tussen het gewone volk, waar het voetbal ooit ontstaan is. Direct, ongekuist, ongezouten uit de buik, in zijn mond een beetje vettig ook.
In de pauze tussen Denemarken–Portugal en Duitsland-Nederland had hij een verse T- shirt aangedaan. Knal oranje. Toch wel, hij was zeer gespannen, heel nerveus. Hij was al vijf keer “naar de doos” geweest. “De doos?”, vroeg de reporter. Ja het toilet, verduidelijkte Johan. Heerlijk toch, zo’n door en door trouwe man in kleur en taal.
Waar ik zoveel van houd bij Jan, is, naast zijn, soms onverstaanbaar gebrabbel, de levenslust die op zijn gezicht staat, die deugnieterij, de vrolijke gretigheid waarmee hij in het leven staat. En die ontwapenende echtheid, in al zijn eenvoud. Om nooit te vergeten: dat ronde, lachende, beweeglijke hoofd, boven die oranje schreeuwende borst.
Na het verdict waren de reporter en de tweede commentator druk in de weer om mathematisch en via de wetten van de logica de voorwaarden te schetsen waaronder Nederland toch nog naar de volgende ronde zou kunnen gaan. Johan bleef er wat stil bij. Hij zie iets van “ik geloof dat het voorbij is”. Eenvoudig, direct, ergens van op een plek diep van binnen. Even was hij een beetje stil. En dan kon jij weer guitig commentaar geven op de schone momenten van de match. Zijn landgenoten hadden er niet veel van gebakken, ze hadden niet gewonnen. Ze hadden wel een potje leuke voetbal gezien.
En inderdaad, onze noorderburen hebben het niet gehaald. Jammer. Ik had nog graag voor hen gesupporterd.
Een andere figuur die me intrigeert op dit kampioenschap is Christiano Ronaldo. Ik heb wat te doen met hem. Zoals ik hem daar zie lopen, één en al verwijt: naar de ploegmakkers toe, naar de scheidsrechter, misschien zelfs naar God. Als een pauw briest ie over het veld. Hoofd omhoog. Hoeft met de teamgenoten de eigen supporters niet te groeten, maar mag als een (eenzame) prins naar de kleedkamers stappen…
En het duurde nogal wat vooraleer hij tot scoren kwam. En wat een uitbarsting van ingehouden woede, wat een dierlijk haantjesgedrag toen het dan eindelijk gebeurde!
De media schrijven over hem als was hij een supermens, een man van een andere orde: een prototype van een volmaakt controleerbare bionische creatuur uit een science fiction reeks. Zelf kijk ik helemaal anders naar hem. Vragen die dan opkomen zijn: Wat speelt er toch dat zijn onwaarschijnlijk talent toch maar moeizaam naar buitenkomt ? Wat is er nodig opdat dat vernietigende verwijt van zijn gezicht zou verdwijnen? Wat zou er dan gebeuren? Wat als de pauw een kip werd en samen met de ploegmakkers de supporters zou kunnen danken.
Volgens mij zou het talent dan vrijelijk kunnen stromen. Een beetje nederigheid, een kleine buiging is genoeg om een echt grote speler te worden… Het potentieel is er wel degelijk. Wat is er nodig om deze gepaste innerlijke beweging in gang te zetten?
Beste Christiano, ga bv. eens gezellig een biertje vatten met Johan Boskamp. Hij spreekt zeker ook wat Portugees.
En dat het verder voor iedereen een boeiend tornooi mag worden en jij mag schitteren voor wat je waard bent! Ik kijk ernaar uit.
“Sorry, I could not save you all”.
Een vrouw van dertig woont een aantal jaren in Antwerpen nu. We noemen haar “Laetitia”. Zij is Afrikaanse en straalt een innemende vrolijkheid uit. Ze wordt één en al warmte als ze lacht.
Ze meldt zich aan voor loopbaanbegeleiding. Ze is Uno-vluchteling en werkt als poetsvrouw in een dienstenbedrijf. Ze vertoont het laatste half jaar meer en meer lichamelijke klachten. Zo sterk dat de bedrijfsarts haar aanbeveelt ander werk te zoeken. Het begon met een kwetsuur aan haar voet. Dan pijn aan de heupen en zo naar de schouders en nu kan ze zelfs haar armen nog moeizaam bewegen. Ze ademt ook heel oppervlakkig.
Vreemd toch. Laetitia geeft de indruk sterk en gezond te zijn. Er blijkt een zinvolle verklaring te zijn voor de toename van de klachten: compensatie door bepaalde spiergroepen met overbelasting en dus ook een breder veld van klachten tot gevolg. Maar, er is meer. Laetitia heeft iets van een “arme ik” over zich, “poor me”. Kijk eens hoe erg ik eraan toe ben, kijk eens hoe triestig dat het met mij is gesteld.
Samen kijken we naar haar leven. Ze komt uit een woelig Afrikaans land. Studeerde aan de universiteit en kwam zo in de Human Rights beweging terecht. Al vertellend wordt ze een andere vrouw. Van “poor me” is niets meer te zien. Ze straalt, ze schittert. Eén en al energie verschijnt er nu. En dan zie je het plots: Laetitia, de blijdschap! Dat is een bijzonder passende naam.
Ik houd haar voor dat ik twee Laetitia’s zie: de “poor me” zoals ze binnenkwam, en een bruisende dynamische jonge vrouw van zodra ze over haar engagement bij de Human Rights vertelt. Niet min wat ze daar deed. Op risico soms van het eigen leven. En daarom is ze dan ook moeten vertrekken. Als ze niet gevlucht zou zijn, zou zij, en wie weet, ook haar gezin en familie, worden vermoord. Voor jezelf kan je uitmaken om toch te blijven, maar voor je kinderen niet. Ze moest dus wel vertrekken. Haar woorden resoneren heel sterk en ik krijg er kippevel van.
Ze verstaat wel dat ik twee Laetitia’s zie, maar ze begrijpt ook niet hoe het komt dat ze op zo’n korte tijd haar dynamisme verloren heeft.
Zulke situaties roepen bij mij haast spontaan de vraag op aan wie ze zo trouw is dat ze dit (job onder haar niveau, gezondheid) ervoor over heeft. Of anders gesteld: aan wie (of wat) moet ze ontrouw worden om hier haar eigen leven hier voluit te nemen. Concreet houdt dit dus in: energiek zijn, moeder, echtgenote, echt integreren, haar hartelijkheid en vrolijkheid uitstralen, enz… En een juiste en gepaste job uitoefenen is hier een belangrijk aspect van.
Ik vraag haar de toestemming om een systemische beweging met haar te doen. Zonder enige aarzeling stemt ze in. Ze sluit haar ogen en ze ziet voor zich “haar mensen”. De mensen voor wie ze zo heeft gevochten, met het risico op haar eigen leven. En aarzelend zegt ze : “het spijt me dat ik u niet allemaal kon redden”. En dan in het Engels: “Sorry, I could not save you all”. Na enige stilte nog eens opnieuw: “Sorry, I could not save you all”. En dan komt er een diepe, bevrijdende ademstoot, gevolgd door stille, volle tranen. Ook zelf word ik diep ontroerd. Na een tijdje komt die frisse glimlach weer, en zegt ze “thank you, thank you so much”. En even later: “that’s what I needed. It’s so right!”
We ronden af en maken een afspraak voor het volgend gesprek. Vanaf nu kunnen we het over “het werk” hebben.
“Geen ontwikkeling zonder innerlijke ontrouw” leerde ik van Jan Jacob Stam. In een volgende episode kan je een reflectie lezen over de kracht van verborgen loyauteiten en de ontzettende ruimte die wordt gecreëerd van zodra ze worden los gelaten. Of het nu in therapie is, coaching of welke andere setting ook. Dit maakt zeker deel uit van, mocht ze echt bestaan, “de kunst van het helpen”.
Verschijnen in woord en beeld
Het was een bijzondere week.
Leonard Nolens is 65 geworden. Woensdag 25 april vierden we dat met achthonderd mensen in de Bourla. Een 25-tal collega schrijvers hadden een gedicht geschreven voor deze speciale gelegenheid. En acht acteurs lazen voor uit zijn dagboek. “Leon” sloot af met een stuk of wat gedichten uit “Manieren van leven”. Uitgegeven ter gelegenheid van. De geur van de drukinkt vulde de zaal.
Een koppigaard die Nolens. Van het soort dat ik graag mag. Hij trok zich terug om te schrijven. Iedere dag opnieuw, van 10.00 tot 16.00 u. Tegen beter weten in en wars van alle goede raad.In stilte leverde hij het gevecht met het wit van de bladen. Opnieuw en opnieuw. Zonder talent gaat het niet. Talent op zich is niet genoeg. Het is ook strijden, het is ook werken. In een zone ergens tussen discipline en overgave in. Ervaringen, van welke aard ook, her-vormen in woorden en toegankelijk maken voor een vreemde ander. En toch ook weer niet teveel. De ander mag ook zichzelf nog ontmoeten in een gedicht. Dat maakt Nolens zo bijzonder: er is jij, er is ik, er is wij en er zijn zij.
Donderdagnamiddag rondgedwaald in de doeken van Per Kirkeby in Bozar. Zijn werken variëren van 1,5 op 2,5 meter tot 3 op 5 meter en gaan dan op wouden lijken. Geoloog, architect, filosoof van het leven ook, en zeker kunstenaar. Het eerste wat me pakte was het plezier, de vrolijke energie die door zijn doeken stroomt. Krachtig, wat donker soms. Vertrokken met figuren, overgegaan in kleurvlakken. Op mijn netwerk blijft de sfeer resoneren van zes doeken, die gebroederlijk naast elkaar hangen in een grote zaal: Winter I tot en met Winter VI. Meer winter kan een winter niet zijn. En minder ook niet. Per Kirkeby laat alles komen. De vormen en de kleuren. Hij doet twee jaar over een schilderij. In die tijd maakt hij er natuurlijk meerdere. Wanneer hij een mooie kleur heeft voor het ene, vult hij daarmee nog een doek aan dat al een tijd te wachten stond. Het scheppingsproces voltrekt zich grosso modo tussen twee momenten: al zittende kijken en al staande schilderen. Per zit evenveel tijd naar zijn doek te kijken, als dat hij er effectief aan schildert. Het kijken lijkt dan wel een wachten – en attendant Godot?- en het schilderen is dan uiterst expressief en krachtig: de borstel wordt een zwaard. Dit kijken is teven seen luisteren, diep naar zichzelf. Daar ziet hij wat het doek nodig heeft. Schilderen is verandering, is metamorphosis, is overgaan naar het andere. Van beelden in het lege midden van de geest, naar kleuren op het doek.
Beelden en woorden. Vorm en symbool. Fenomenologie en analyse. Per en Leon.
Enkele dagen voordien, deden we een opstelling met Ward – natuurlijk is dit niet zijn echte naam. Ward is 75. We zagen op een uur tijd 50 jaar verlangen, liefde en strijd. Dit alles om het lot van twee families in Ward en Josefa- ook niet de echte naam – te laten samenvloeien. Ondanks de mooie kinderen is het niet echt gelukt om samen de bestemming te bereiken. Josefa kon onvoldoende “ontrouw” worden aan het gezin waarin ze was opgegroeid, waarin ze uit liefde de plaats van moeder opnam en zorgde voor broers en zussen. Zelfs na 50 jaar is ze innerlijk niet van thuis vertrokken. Symbiose noemt dat. Ward deed al het mogelijke om haar een nieuwe thuis te geven. In de opstelling kon Ward de verstrikking “echt zien”. En, voorbij de woede, het diepe verdriet en de onzegbare pijn, een zielsbeweging maken en Josefa, met haar zussen en broers, insluiten.
En zo komt ze misschien nog vrij en bereiken ze samen de bestemming, die ze elkaar vijftig jaar geleden hadden beloofd. Eindelijk.
Wat een rijke week: liefde, verlangen, beelden en woorden.
Luisteren we nog even naar Leon:
Dag en nacht
Kom maar.
Kom bij mij.
En laten we ons samenleggen
En praten zoals de straten hun dagen verslapen.
Ook wij zijn gemaakt om elkaar te kruisen
En nergens uit te komen.
Ook wij zijn gemaakt om alle huizen
Van ons leven bijeen te houden in een reidans
Van deuren, hartvangende lasso
Van adressen.
Kom maar.
Kom bij mij.
En laten wij ons samenleven
en zwijgen zoals de straten ‘s nachts hun werk doen.
